Sneeuwwitje

“Mama”, zei ze op een dag,
“ik weet dat ik dood ga, maar ik weet niet hoe dat moet.
Ik heb al een paar keer heel lang mijn adem ingehouden,
maar ik ben nog steeds niet dood.”

Niet veel later word ik toch gebeld.
Daar ligt ze.
‘Het is net Sneeuwwitje,’ denk ik, ‘zo sereen, zo lief, zo mooi, zo stil….’
We baren haar op in haar slaapkamertje,
alles is er roze met wat sterke kleuraccenten.
Ingericht voor een meisje op de grens van kind naar puber,
maar het werd op de grens van kind naar dood…

Als we haar in haar witte kist leggen, denk ik:
“als ik nou stiekem tegen het randje stoot,
zou er dan een stukje appel uit haar keel schieten?
Zo lief ligt ze daar
en iedereen is ontroostbaar verdrietig…
Dit kan toch eigenlijk niet…”

Maar het lukt niet.

We dragen haar voorzichtig het woonhuis uit
en begraven haar onder een grote boom.
De zon schijnt, er fluiten vogels,
maar het is koud en donker
en de leegte is massief en stil…