De hond die afscheid nam

‘Nee,’ zei zij tegen de hond die drie maanden onder het ziekbed van zijn baas had gelegen, ‘nee, vandaag mag je niet mee, echt niet. Vandaag moet jij op ons huis passen. Vandaag moet jij er voor mij zijn als ik terugkom van de begrafenis van de liefste,’ en ze trok de deur tussen hen dicht.
Terwijl zij de liefste begroef, rustte de hond na vele maanden waken.

Kwispelend stond hij bij de deur toen ze na die lange dag dodelijk vermoeid thuiskwam. ‘Ach, ben je daar, jongen,’ fluisterde ze, zo onwennig aan een onbekende stilte, ‘heb je goed op ons huis gepast?’ Ze aaide hem gedachteloos over z’n kop. Wat brokken, beetje water, veel verder kwam ze even niet.

Het was nog een mooie zomeravond toen ze de riem pakte en met de hond naar buiten ging. Diep in gedachten, terugdenkend aan de dag die achter haar lag, liepen ze daar. De straten zagen er anders uit dan vroeger
en de lucht was verkleurd. Het was meer een dwalen,
maar de hond koos rusteloos zijn weg: De weg naar de begraafplaats.

Door het hek van de begraafplaats liepen ze direct naar het graf
waar zij hem die dag begraven had.
De hond snuffelde wild, maar werd langzaamaan rustiger.
Eindelijk nam ook hij afscheid van zijn baas, een plaats van herinnering.