
Zijn zoon had alle uitdagingen opgezocht,
meer uitgeprobeerd dan je kon bedenken,
dan verstandig was.
Zo vaak had hij doodsangsten om zijn oudste uitgestaan…
tot de politie aan de deur kwam en vroeg of ze even binnen mochten komen… een ogenschijnlijk klein incident, maar zijn oudste zoon was dood.
Het was ondenkbaar, ongelooflijk en voor hem, de blinde vader, onzichtbaar.
Dagenlang spraken we over het afscheid, over het leven en de dood.
Over de betekenis die je als mens voor elkaar hebt,
het verschil dat je maakt,
over liefde en loslaten,
over moeiten en pijn.
Welke muziek moest er gespeeld en waarom,
welke tekst gelezen en door wie.
Bier met pinda’s na afloop.
De aula is afgeladen vol –
een roerige stilte, hier en daar een gierende uithaal,
geritsel van zakdoeken,
geschuifel van voeten,
daverende muziek….
sprekers,
Iedereen loopt langs de kist,
de één klopt erop,
een ander geeft een bloem,
er gaan foto’s en briefjes mee,
iemand drukt een kus op de kist.
We gaan naar het crematiegebouw,
het hele gezin.
De blinde vader hoort hoe de kist van zijn kind
verplaatst wordt, voelt het.
Hij hoort de uitleg,
voelt hij het nummer op het steentje
dat met zijn geliefde kind mee zal gaan de oven in.
Dan drukt hij zelf op de knoop van de oven.
Het ovenluik schuift omhoog,
wij zien de gloeiende ovenruimte maar hij zegt:
“Wat fijn dat ik de warmte voel die mijn zoon omhullen zal.
Dit is troostend voor mij.”