Vier verhalen op de begraafplaats

Het komt goed…
Het is nog vroeg op de begraafplaats.
Vandaag een begrafenis in een klein dorp wat dieper de polder in,
niet op een algemene begraafplaats,
maar op een kerkhof dat van de kerk is.
Het is er niet groot, maar voor mij onbekend.
Zoekend speur ik het gedolven graf.
Voor de zekerheid loop ik alle paden van het kleine kerkhof over.
Maar ik vind geen graf, ik zie geen zandhoop die de weg wijst.

‘Goedemorgen,’ zeg ik ogenschijnlijk rustig tegen de beheerder,
‘waar ga ik Toon straks begraven?’
‘Naast de zandhoop,’ zegt hij.
‘Maar die zie ik niet,’ zeg ik, zo groot is het hier toch niet?’
‘Oh, dan zijn ze dat gister vergeten.
Ik bel ze wel,’ verzucht hij,
‘geen zorgen hoor, het komt goed.’
Na de dienst loop ik met de stoet naar buiten,
richting zandhoop
naar het pas gedolven graf.

Het verkeerde graf
Tot verbazing van iedereen,
koos de weduwnaar voor een algemeen graf.
Er waren verscheidene familiegraven,
maar deze weduwnaar koos een algemeen graf.

Voor de dienst begint lopen we er samen heen.
‘Ik heb zo’n spijt,’ zegt hij, ‘ik snap het van mezelf niet,
maar een algemeen graf….
ik heb gewoon verkeerd gekozen. Enfin, het is niet anders.’

Tijdens de dienst spreek ik bij toeval de grafdelver.
‘Het is wat,’ zeg ik, ‘die arme weduwnaar,
in alle hectiek van het overlijden van zijn vrouw
heeft hij voor een algemeen graf gekozen.
Daar heeft hij nu zoveel spijt van.
Hij had, geheel in de lijn van de familie,
een eigen graf willen kiezen.’
‘Niet zo moeilijk hoor,’ zegt de grafdelver,
‘ik heb nog wel een eigen graf open liggen, daar kan mevrouw zo in.’

Tijdens de collecte sluip ik naar de weduwnaar
en vertel hem het verhaal.
‘Doen!’ roept hij bijna blij, ‘ja, doen!’
In allerijl wordt het graf open gelegd,
de graflift omgelegd.

Tijdens het uitdragen fluister ik de pastoor toe:
‘we gaan hier links.’
‘Links?’ fluistert hij, ‘we moeten toch….’
‘Nee,’ zeg ik, ‘ik leg het later wel uit, maar we moeten echt naar links….’
We gaan naar links….

De kist mag dalen.
Het is een wat oude graflift die ik zelf moet bedienen.
De dominee knikt: De kist mag dalen.
Voorzichtig draai ik aan het dunne stokje. En nog een slag, nog een
Maar er gebeurt niks.
zo draai ik het stokje steeds een slagje verder
dan ineens….. de kist daalt niet, de kist stort bijna het graf in.
Gauwgauw draai ik terug, 1x, 5x, 8x….
net boven de bodem van het graf blijft de kist wiegend op de kettingen hangen. Ik haal opgelucht adem en kijk de kring bezorgd rond.
‘Wat grappig is dit,’ zegt een zoon, ‘mijn vader hield ook zo van hard rijden….’

Een beetje teleurgesteld is hij wel…
Na de begrafenis lopen we stilletjes terug naar de uitgang van de begraafplaats. Het viel niet mee, deze begrafenis, het was zwaar,
maar we hebben het samen volbracht, de oude grafdelver en ik.
We kennen elkaar al lang.
“Zeg,” vraagt hij vanuit het niets, “als jij dood bent,
word je dan ook hier begraven?”
Ik aarzel, want ik weet hoe trots hij op zijn begraafplaats is,
maar zeg: “Nee, ik heb elders een graf gekocht.”
Ietwat beteuterd houdt hij stil, kijkt me aan en zegt: “Hé, dat is ongezellig.”
Nadenkend slentert hij door het grind.
In de verte koert een duif. Ik snuit mijn neus nog eens.